CDA en PvdA hebben volstrekt ander idee over kinderopvang
Dat Mariëtte Hamer (PvdA), de “fairy godmother” van de kinderopvang, in een zaal vol professionals als winnaar van het KION-verkiezingsdebat uit de bus kwam, was nauwelijks een verrassing. Toen haar collega Jan de Vries (CDA) “nog lag te slapen”, verdiepte Hamer zich immers al in de kinderopvang. Inmiddels ligt haar uitgebreide wetsvoorstel in de Tweede Kamer dat behoorlijk afwijkt van de nog relatief verse Wet Kinderopvang. Tot vreugde van de sector.
Hamer pleit voor drie dagen gratis kinderopvang voor werkende én niet-werkende moeders. Verder wil ze peuterspeelzalen en kinderdagverblijven integreren tot “kinderspeelhuizen” waar kinderen van alle rangen en standen elkaar ontmoeten en van elkaar leren.
De professionals in de kinderopvang juichen de uitgebreidere pedagogische rol die Hamer voor hen ziet, toe. Leidsters zijn immers meer dan oppas, vinden ze. Ze hebben het kind ook voor hun ontwikkeling het nodige te bieden. Geen wonder dat twee van de drie voor aanvang van het debat nog zwevende kiezers, zeggen op Hamer te gaan stemmen.
Toch is het maar de vraag of ouders zelf, uiteindelijk toch de gebruikers van de kinderopvang, niet meer voor het verhaal van Jan de Vries voelen.
De Vries’ aanval op Hamer was weliswaar klunzig door haar telkens in de mond te leggen dat ze voor een opvangplicht is alsof elk kind altijd beter af is in de kinderopvang dan thuis. En zijn opmerking over het leerproces van kinderen in de opvang - “op straat leren kinderen ook wat” - viel bij de professionals in de zaal duidelijk verkeerd.
Maar zijn keuze is kraakhelder. Ouders krijgen meer kinderbijslag en nemen zelf de beslissing hoe ze dat geld besteden: aan opa of oma óf aan de kinderopvang. Ouders weten zelf wat goed is voor hun kind. De overheid heeft daar geen verantwoordelijkheid, is de CDA-redenering. “Natuurlijk moet de kinderopvang met voorschoolse activiteiten een rol spelen voor achterstandskinderen, maar pas als de achterstanden er zijn. Laten we nu geen pedagogische doelen stellen voor kinderen.”
Jolande Sap van GroenLinks vindt de keuzevrijheid voor ouders in het betoog van De Vries een dekmantel voor het kostwinnersmodel. “Wij stimuleren met de huidige wet het klassieke gezin: de man verdient de kost, de vrouw thuis met de kinderen. Dat wreekt zich aan de onderkant van de samenleving. Vrouwen komen klem te zitten.”
Ook al zou dat kloppen, De Vries maakt gewoon een andere politieke keuze dan PvdA en GroenLinks. Kinderopvang is voor hem vooral kinderoppas. De kwaliteit is goed zolang het veilig en hygiënisch is voor kinderen.
Hamer en Sap willen juist een kwaliteitsimpuls. Omdat ouders twijfelen aan de kwaliteit, brengen ze hun kinderen niet naar de opvang. Met een forse kwaliteitsinvestering wil Hamer een cultuuromslag bewerkstelligen. “We moeten af van het idee dat kindopvangkinderen zielig zijn.”
De vraag is of haar wetsvoorstel de typisch Nederlandse zorgcultuur in gezinnen drastisch zal veranderen. Dan moet ze haar voorstel eerst nog door de Kamer loodsen. In een regeringscoalitie met het CDA wordt dat een hele kluif. Zeker omdat er in Nederland nog altijd meer ouders stemmen dan professionals in de kinderopvang.















